the beatiful Zimbabwe blues

Vriezend koud!

Vriezend koud is het in Zimbabwe. ‘S nachts dan, als de zon onder gaat wordt het rap kouder en soms wordt zelfs het vriespunt bereikt. Buiten koken wordt dan een stuk minder gezellig en buiten de zomen van je muts zie je niks anders dan het vuur, de pan die erop staat en de rook die je doet stikken. Het is goed dat wij onszelf de ‘Jamie Olivers van de Jungle’ mogen noemen, anders was het de moeite niet eens waard geweest. Als de zon opkomt, blijft het nog even ijzig koud en lopen we rond in ons thermisch jaren ‘70 leger dump ondergoed, tot de zon ons verteld dat het ongeveer negen uur en tijd voor de korte broek is. Ja, zo verwilderd zijn we al; de stand van de zon laat ons tot op 5 minuten nauwkeurig zien welke tijd het is. Grote baarden, woeste blikken en rauwe stemmen, zo wild. Als we Guerrilla Volunteering naar het Nederlands willen vertalen, roepen wij ‘Piraten Vrijwilligers! Aarrrh!’

Het rijden door Zimbabwe kenmerkt zich door de totale afwezigheid van mensen. Nogal een verademing na de niet stoppende drukte in bijvoorbeeld Malawi. We zijn gewend om overal iemand te zien en frequent iemand subtiel aan te tikken met Doutzen’s voorkant om duidelijk te maken dat ze toch echt aan de kant moeten gaan. Als er even geen dorpje in de buurt is, wandelt er wel iemand over straat en vraag je je af waar deze man of vrouw in hemelsnaam vandaan komt, dan wel heen gaat. Maar niets van dit alles in Zimbabwe; hele dagen rijden we over lange wegen zonder ook maar iets tegen te komen, behalve dan de kale autowrakken langs de kant van de weg die ontdaan zijn van alle onderdelen die ook maar enige waarde hebben gehad. Deze verlatenheid geeft een losgerukt gevoel van stilte, die nooit helemaal tot rust maant en die vooral onhandig is wanneer je proviand langzaam minder wordt.

Da's geen trekker...Uiteindelijk biedt een oude man die we een lift geven uitkomst, hij weet wel een boer ergens op een zijweggetje, waar we dus ook in rijden. Tijdens deze rit legt de man ons uit dat we nu naar een ‘farmstead’ rijden en dat hijzelf een chief is van een ‘homestead’. Wij hebben hier weinig op te zeggen. Maar we denken wel, ‘Homestead? Farmstead’? Ongebruikelijke woorden zijn dat, in Afrika’. Aangekomen bij de ‘farmstead’ wordt het langzaam duidelijk. Uit alles blijkt dat dit ooit een bloeiende locatie was. In het midden van een grasveld ligt een door zonlicht verweerd vaalblauw zwembad, zonder water, waaromheen verschillende gebouwtjes staan waar de witte verf van af bladert. De rieten daken liggen grotendeels naast de huisjes in plaats van erop en op de muren staan afbeeldingen uit ‘The Lion King’ geschilderd.

Afrikanen schilderen geen Timon en Pumba op muren. Afrikanen zwemmen niet. Afrikanen gebruiken liever blikken daken in plaats van decoratieve rieten constructies. Dit was ooit van een blanke, valt het kwartje nu. Om een muurtje, waar een jarenlang in onbruik geraakte trekker staat te verwelken, komt een man in een overal ons tegemoet. Hij is de boer. Hij is zwart. “Hoe kom je aan deze plek?” vragen we, “Van mijn vader.” zegt de man terwijl hij ons meeneemt naar een veldje waar we blijkbaar wat groenten vandaan kunnen krijgen. Jaja, denken wij, natuurlijk heb je dit van je vader. Het veldje is niet meer dan dat. We plukken wat andijvie, betalen de man en rijden weg van het vervallen boeren erf, waar het ooit eens moest zoemen van de activiteit. De hele ervaring ademt een ‘Mad Max’ gevoel uit. “Vroeger…” lijken de bomen te zuchten. “Apocalypse Now in Africa”, denken wij.

Mocht je het nooit geweten hebben, die boerderij is gewoon afgepakt van een blanke. Herverdeling van het land, zo noemde Mugabe dat in het jaar 2000. Bloeiende bedrijven werden zo binnen een maand ontdaan van alles wat het ooit voorstelde, de oorspronkelijke eigenaars weggejaagd of vermoord.

P1030911.JPGDoutzen ondertussen, is er helemaal mee opgehouden. De mislukte trip naar Lusulu is ons zwaar opgebroken en weer zitten we in een land waar we geen onderdelen kunnen vinden. We moeten zien dat we naar Zuid-Afrika komen. Met nog meer dan tweehonderd kilometer te gaan, binden we een touw aan Doutzen’s bumper en laten we ons slepen door een ieder die het wil. Binnen twee dagen, wat sneller is dan verwacht, komen we zo bij de grens, die zo’n drie kilometer beslaat waar we onze bus letterlijk overheen moeten drukken. Tijdens deze trektocht – ha, woordgrapje! – geeft iemand ons een lift en laat ons parkeren op het terrein van zijn ouders’ lodge en verteld ons een waanzinnig verhaal, dat je binnenkort op FreshTV kunt zien. Inclusief hele populaties van wilde dieren die genivelleerd worden, $20.000 die door de regering binnen een nacht van je privé rekening wordt geplunderd en mensen die ondanks dit toch terugkomen, want ja, Zimbabwe is nou eenmaal je thuis. Iets om naar uit te kijken dus.

Tags: , , , , ,

Comments are closed.