s’ Ochtends worden we wakker en ontdekken dat het al weer eventjes in de middag is. Even hopen we op een nare droom, maar één blik naar buiten boort deze hoop de grond in. Zielig staat Doutzen voorover gebogen; twee lekke banden, waarvan één om een onherstelbare velg, een bijna volledig verdwenen linkervoorkant, een partij gebroken staal en een hele hoop krassen en overige deuken, dat is wat wij hebben meegekregen van de Arabische stuurmanskunsten. We staan er bij wanneer Doutzen met veel moeite op een volgende auto ambulance wordt gesleept en we nog steeds vermaledijen we de voorgaande nacht.
In Suez, een paar kilometer verderop, treffen we een bijzonder gedeelte van de stad aan. Een soort mini-dorp dat volledig bestaat uit auto garages en onderdelen. Meteen nadat Doutzen op een schijnbaar willekeurige plek neer is gezet springt er een stel Arabieren in overalls tevoorschijn die zonder omhaal aan Doutzen beginnen te snuffelen. Gewaarschuwd als we zijn, zitten we de mannen dicht op de huid en laten we de auto geen moment alleen. Ons voornemen om zelf de auto weer in orde te krijgen komt niet van de grond, omdat de plaatselijke monteurs niet bij Doutzen vandaan zijn te slaan. Argwanend kijken we toe, geven aanwijzingen en sleutelen af en toe wat mee. Hoewel soms wat ruig in de omgang met onze trots blijken de locals hier heel goed te weten waar ze mee bezig zijn. De volledig verwoeste deur wordt gedemonteerd en weggebracht, we hopen dat we hier ergens een vervanging kunnen vinden. Verder vertrouwen we de bevolking van deze merkwaardige plek steeds meer. Iedereen lijkt zijn specialiteit te hebben en overal is bedrijvigheid. Snel voelen we ons thuis en merken we dat men niet aan onze auto sleutelt om ons te naaien.
(more…)