Homo’s in Malawi en Henk’s stukje solo
Minibusjes van verschillende makelij staan voor, achter en naaste het busje waar ik in zit en vormen smalle steegjes, waarvan de vloeren bezaaid liggen met een veel maar flets kleurig tapijt van bananen, blikjes, plastic, afgekloven maiskolven en kippebotjes, waardoor Malawianen van alle leeftijden hun weg vinden om hun waar -varierend van voer tot chinese waanzin- te verkopen. Ook deze troep verzameld zich uiteindelijk op straat, waar ooit een keer, misschien, een kruiwagen met vuil wordt verzameld om deze ergens in een hoek te verbranden, zodat de warme, vochtige lucht die het einde van het regenseizoen tekent, nu het zware aroma van smeulend plastic door het toch al niet zo verfijnde stadselixer draagt.
Mijn vervoersmiddel lijkt nog lang niet te vertrekken, dat doen ze pas als de bus helemaal vol zit, dus koop ik een krant, zo uit het raam, gevolgd door de eeuwige mandazi, die je overal in Oost-Afrika kunt kopen. De voorpagina spreekt over een fataal busongeluk en blijkbaar was het gister ‘world-community day’, uitbundig, doch gek genoeg ongemerkt gevierd door de gehele Malawiaanse populatie. Het grote onderwerp, hoewel het vandaag naar de obscure wandelgangen van pagina 5 of verder is gedirigeerd, is echter van een heel andere orde.
Al een tijdje worstelt de Malawiaanse regering met een ‘nieuw’ fenomeen wat ons, als reiziger en eeuwige buitenstaander met een lichte, maar na een jaar niet geheel onverwachte schok de ontwikkeling van Afrika laat relativeren. Onlangs zijn er namelijk twee mannen gearesteerd, die er van worden verdacht homo te zijn. Ooh, wat errug! Schande! Wat in Nederland en andere landen met een iets wijdere blik op de verschillende variaties van normen en waarden een geaccepteerd verschijnsel is, komt deze twee jonge mannen waarschijnlijk op een celsraf van veertien jaar te staan. Niet verwonderlijk is het, dat dit internationaal nogal wat ophef veroorzaakt. De bevolking van Malawi heeft daar echter niet een erg grote boodschap aan, getuige de ingezonden brieven die ik lees over dit onderwerp; “Malawi is a God fearing nation,” waarschuwd een lezer uit de hoofdtad, “and allowing homosexuality will attract the wrath of God.”. Een andere lezer stelt onomwonden “…as we say, Malawi is the warm heart of Africa, which heart can be warm with homosexuality in it?”
De internationale gemeenschap heeft echter nog een troef in handen, daar het bruto nationaal product van Malawi voor veertig procent uit buitenlandse steun bestaat, wat door deze achtergebleven episode nogal onder druk staat; meerdere landen dreigen hun (financiele) hulp terug te trekken uit een land dat geen gelijke rechten erkent aan een minderheid. Indruk maakt dit echter allerminst; “I see no wisdom in accepting gays in Malawi for the sake of money at the expense of our culture.” Ja, zo ken ik er ook nog wel een paar. Leuk dat de Malawiaanse autochtoon zo trots is, maar waar is die hele cultuur dan op gebaseerd? Het geloven in een enkele God is toch echt gebracht door de Europeaanse kolonisten en Arabische slavenhandelaren en voordat zij hier kwamen waren de beste mensen hier toch echt nomaden, doodleuk hun koe’tje volgen naar een plaats waar wel eens water kon wezen, terwijl ze nu, geconformeerd aan Westerse levensstijl, conglomereren in krioelende steden of hevig op vrijwilliegerswerk leunende dorpjes. Ook het nationale voedsel Nzima kun je nou niet echt traditioneel noemen. De smakeloze witte massa die met de handen wordt gegeten is gemaakt van mais, wat toch echt uit Zuid Amerika afkomstig is. En reken maar niet dat er ook maar een halfnaakte nomaad op het idee kwam om een zeilboot te maken, laat staan ermee de oceaan over te cruisen. De meest gekozen optie voor volksvermaak is het vanaf acht uur s’ochtends dronken worden van fermenterende maispap, wat nou ook niet meteen reden tot nationale jubel en gejuich zou mogen leiden. Maar goed dat ik dit land uitrij.
Wat doet Henk eigenlijk in die bus?
Want dat is de reden dat ik me in de zich langzaam vullende bus bevind, ik verlaat Malawi. Mijn verblijf in Capemaclear is duidelijk op zijn einde gelopen, wanneer immigratie me komt bezoeken over mijn verblijf aldaar en vervolgens mijn baas vriendelijk aan mij vraagt of het misschien niet beter is dat ik vertrek, daar hij niet op problemen met immigratie zit te wachten. Zonder morren ga ik akkoord, alhoewel het verhaal een beetje stinkt. Ik heb de immigratie afgekocht en aangezien ik ondertussen, dankzij de hele paspoort episode, goede bekenden ben met de twee beambten van immigratie, zouden er verder geen problemen moeten zijn. Voor ik vertrek leer ik al dat de kaarten anders liggen. Onder ander heeft mijn vrouwlijke baas, rond de vijftig en nou niet meteen rijpend als goede wijn, in een dronken bui lopen verkondigen dat ik serieus met haar heb lopen flirten. Daarnaast is het, leer ik van een goede vriend, ook een publiek geheim dat we een affaire hebben. Op de dag van mijn vertrek neem ik een van de immigratiebeambten even appart en na een beetje subtiel doorvragen, worden mijn vermoedens positief beantwoord. Immigratie was getipt door een blanke man van Fat Monkey’s, de plek waar ik verbleef en het drie maanden lang zo naar mijn zin had.
Erg lang kan ik er echter niet om treuren; een gast van de Fat Monkey backpackers regelt in no-time een baantje voor me in Mozambique. Wat ik daar moet doen is nog wat onduidelijk, maar het vooruitzicht van zee, strand en goed voedsel maken dat ik nu in de bus zit, die na twee en half uur eindelijk vertrekt. Naast me voert een vrouw haar nog niet schoolgaand kind vette gefrituurde aardappeltjes uit een blauw plastic zakje. Dat is ongezond, denk ik bij mezelf, maar zeg er niks van. Een half uur later liggen de aardappeltjes, samen met de rest van het kind’s maaginhoud op mijn schoot en t-shirt. En ik ga er dus van uit dat ik nog drie dagen met het openbaar vervoer moet toeren. Jippie.
Met niks dan een rugzak en een opgedroogde kotsvlek op me, loop ik een paar uur later de grens over. Alleen. Alleen ben ik in Mozambique. Marten en Minne blijven voorlopig in Lilongwe, waar ze Noflik bewaken, die op een onbewaakt ogenblik is bezwangert door een lokale viezerik. Alleen, zonder mijn auto, mijn hond en meest van alles mijn twee vrienden is het toch anders. Beetje eenzaam, een gevoel dat gek genoeg bij me lijkt te passen als een warme deken in winters Nederland.
Ik krijg een lift van een man, die in zijn ‘bakkie’, in zuidelijk Afrika het gebruikte woord voor een pick-up, een kleurijke waaier van Afrikanen heeft zitten, waar ik me nu dus ook tussen bevind. Een Zimbabwaanse prediker (“I’m on a mission to feed people the word of Jesus, Halleluja!”) overlegt met mij het financiele kwaad der wereld, net wanneer we worden aangehouden door de politie. Een half uur later lijken de authoriteiten hier nog corrupter dan in Malawi, wanneer iedereen een beetje moet betalen en ik er met 50 Metical (1 euro 10) nog erg goed van af kom. Een goede vier uur later kom ik aan in Tete en heb mijn eerste volle dag openbaar vervoer erop zitten. Ik besluit om nergens te overnachten om zo de kosten laag te houden. Slapen doe ik wel in de bus. Maar in Tete kom ik twee Zuid Afrikaners tegen die helemaal fan zijn, hoe kan het ook anders, van de ThreeLeftHands legende en behalve het financieren van een hele avond drank en voer, regelen ze ook transport naar het zuiden. De volgende ochtend wordt ik wakker in een bakkie met een behoorlijke kater en kom erachter dat ik helemaal ben lek gestoken door de muggen. Als ik hier niks aan overhoud…
Ik word opgepikt door een andere Zuid Afrikaner, die me in twee dagen, volledig kosteloos naar mijn plaats van bestemming rijdt. Ik ben aangekomen in Inhambane, Tofo beach om precies te zijn, en stap het terrein van Fatima’s nest op. “Hallo,” zeg ik tegen een werknemer “is je baas hier ook?” Ik moet even wachten, zodat ik de omgeving in me op kan nemen; achter me staan palmbomen en ik sta midden op een duin. Voor me strekt een wit strand zich uit tot de blauw-groene zee, die een constant en uiteindelijk rustgevend geluid voortbrengt, zoals de Indische zee dat hoort te doen. Even later stelt de manager zich aan me voor. “Ik ben Henk,” zeg ik monter, “wat kan ik doen?”.
P.s. Onze uitdrukkelijke excuses voor het ontbreken van foto’s. Zwerver Henk heeft geen diditale camera. Ook geen analoge.
Tags: capemaclear, god, homofilie, malawi, tofo

April 21st, 2010 at 19:33
Geniet van het strand, het klinkt alsof je wel wat relaxen kunt gebruiken!
April 21st, 2010 at 20:05
Jammer dat de updates zo kaal zijn, tegenwoordig. Wel fijn dat er weer updates komen. Ik heb ze best wel gemist.
Is er zicht op spoedige hereniging van de drie plus hûn en Doutzen C.? ‘t Wordt zo wel een beetje verwarrend als het spul verspreid over het donkere continent bivakkeert.
Kijk je wel een beetje uit, zo in je ééntje, Henk? We zien je graag weer heelhuids terug, ooit.
Whish you luck,
Hans
April 22nd, 2010 at 0:00
Henk mooi verhaal, nog fijnder dat je nu in ‘t super mooie tofo zit :). Snel bouwen we onze commune weer op in monkey bay… geef me een jaartje dan ben ik weer terug. liefs emma
April 22nd, 2010 at 21:35
respect mannen. zat ff te rekenen maar jullie zijn straks al 2 jaar weg. echt respect!!
April 23rd, 2010 at 0:21
mannen hou vol erg leuk om te lezen, hoop jullie over een half jaar liftend tegen te komen
April 23rd, 2010 at 12:44
Dag heren,
Het wordt wel een moeizamere reis dus.
Blijf goed op elkaar passen a.u.b.
Vriendelijke groeten,
Frans
April 26th, 2010 at 13:15
hallo henk, dit is niet leuk maar het zal zo moeten. Ik hoop dat jullie binnenkort weer samen zullen zijn en verder reizen naar Zuid-Afrika. Want het is the threelefthands en niet onelefthand. Wees voorzichtig en veel plezier in de komende tijd. ook Marten en Minne. groetjes janneke mulder
April 26th, 2010 at 19:44
Henk,
Je bent erg stoer moet ik zeggen! Vol bewondering lees ik je blogs. Hou ons op de hoogte, good luck, peace ‘n’ love!
Tam
April 26th, 2010 at 21:52
He Henk,
nog steeds bij Fatima’s?
Ons avontuur zit er na zeven mooie maanden weer op. We zijn alweer enkele dagen terug in NL.
Ik heb me zojuist geamuseerd met jullie verhalen en foto’s. Pas goed op jezelf en alvast een prettig weerzien gewenst met je maten!
Groet uit Maastricht, Paul en Sookie
May 2nd, 2010 at 12:50
Doe je voorzichtig daar Henk, wel een beetje eng zo alleen
Liefs Baukje
May 13th, 2010 at 0:14
Henk! Mooi verhaal! Hoop dat je geniet in Tofu! We kennen elkaar niet, maar ik ken de puppies van Noflik al wel! Schitterrende beesten…
Minne: Gaaf om je ontmoet te hebben, hoop dat de zaken lopen in Lilongwe! Geniet en leef!
Marten: Het was een waarlijk genoegen! Bij deze mijn belofte om je site te bezoeken! Hoop dat je geniet van Monkey bay, is de boot al paraat?! grtz to family Mufasa!
Carpe diem
February 5th, 2011 at 15:59
“It’s so hard to stay motivated. :,( And it starts off so slow…”…
“whats a ‘free meal’?”…